De beste kant van slotenmaker Sint-Gillis

Ten zuiden daarvan werden vanwege tien ‘haertsteeden’ aangeslagen: ‘Adriaen den Dorst Indt Vlyes’. Hij dreef ons herberg, die met de geschiedenis aangaande Delft zodra 't ware kan zijn samengevlochten. Dat gold verder sinds ze in een ‘sociëteit’ werd herschapen.

Tegen dit eindpunt over een 17e eeuw zou de jenever de regio betreffende de brandewijn ingeval ‘hels vocht’ overnemen.

Zij is uiteindelijk (in 1865) tengevolge aangaande ons verbouwing achter de nieuwe gevel aangaande dit gesticht verdwenen. Daar waar sinds dit begin over een I7e eeuw deftige maaltijden werden gehouden en vrolijke feesten gevierd, heerst meteen de kalmte en rust, welke een avond des levens behoeft. (

Cent bezat zo’n verzameling ooftbomen, zodat deze voor zijn buurtgenoten tussen de benaming ‘bogartman’ vertrouwd was, welke mettertijd een familienaam werden. Precies zodra de benaming betreffende een vermaarde president betreffende een Dordtse Synode, Bogerman, die door Vondel met ons woordspeling  mits ‘het hooft der snoden’ werden betiteld.

Der­gelijke schrille tegenstellingen vond men toentertijd meer, evenals verscheidene vreemdsoortige combinaties, daar waar­over men in de tijd nooit verdere hoort. Desalniettemin is en blijft ‘Charitas’ ofwel een Christelijke belangstelling als iedere keer vaardig en hoopt dat hoofdhaar geest weleens allen zal bezielen en besturen.

Twee huizen bovendien oefende Joost Isbout dit vak over ‘raswercker’ uit. Hij was wever van ons soort aangaande laken, dat, zo men beweert, genoemd kan zijn naar een plaats Arras, waar het weefsel werd uitgevonden. In een wandeling werd dit voor verkorting ook wel 'ras' genoemd.

Een Papestraet huisvestte personen betreffende allerlei evenement. Daar vond men een ‘1indewaeryerster', dat verlangen is zeggen een dame welke ons linnenwinkel hield. Nader gadeslaan wij ons boekbinder, een hoedenmaker, ons wapensmid, een schoenmaker en de weduwe aangaande stadstromper Cornelis Cornelisz. Zijn opschrift was ‘trompetsteecker ende wachter op den Stadthuystoren’.

Lopende van de Heerlijke Breesteeg langs de westzijde over een Koornmarkt noordwaarts op komen we langs een menigte met brouwerijen. Tal aangaande uithangtekens en gevelstenen gaven kleur en variatie aan een huizen met welke nog bijzonder bedrijvige, drukke nabijheid, waarover Bleyswijck in zijne Beschrijvinge schrijft. Onder verschillende wijst hij op ‘seeckere precisiteyt’, welke een destijds zo bloeiende Delfse Koornmarkt ‘dapper (deed) verloopen’ en eindelijk volkomen te ook niet kunnen.

Naast een brandewijnstoker woonde een pasteibakker, welke met twee ovens werkte. Aansluitend wederom ons koekbakker, de 2e in die buurt. Verder nog ons lakenbereider ofwel drapenier, die een Delfse industrie uitoefende, waarvan de laatste sporen enige jaren geleden zijn verdwenen.

In dezelfde nabijheid treffen we alsnog Gysbrecht Henricxz, die als ‘ossenslager’ is vermeld. Op welke manier vreemd dit het verder moge voorkomen, werd daar toen en voorheen alsnog streng onderscheid gemaakt tussen koeien- en ossenvlees, getuige tussen verschillende een veroordeling op 28 April 1542 aangaande Pieter Jonge Dircksz, vleeshouwer, daar hij bestaan vlees ‘onderstoken’ had en koeievlees vanwege ossevlees verkocht.

’ Deze heette Floris Balthazars. Behalve meester in zijn werkzaamheid, was deze tevens één bekijk hier over een een paar ‘quartiermeesters’ betreffende dit derde kwartier welke verantwoordelijk was voor de optekening van de belastingplichtigen in zijn stadsdeel.

Aan de oostzijde betreffende een gracht woonde Jan Huybrechtsz., welke dit gewichtig ambt met stadsroedrager bekleedde, een functie die het meeste overeenkomt betreffende het met bode der gemeente.

Zeven huizen bovendien bezat een schilder, mr. Jacob Willemsz. Delff een appartement; meteen ik reeds aantekende, woonde deze alleen op een hoek met dit Rietveld en een Verwersdijk.  

In de allereerste plaats worden in dit haardstedenregister vermeld vier woningen, toebehorende aan het Weeshuis. In een tweede en derde daarvan woonden respectievelijk ‘de speldenmaecker’ en een ‘lijndraijer’ van het Weeshuis. Beide ondernemers stonden in verband met de toenmalige inrichting over welke instelling, welke in een loop der eeuwen, enigszins mits al die menselijke zaken, met veranderlijke inzichten en aan een oppermachtige geest des tijds heeft behoren te gehoorzamen.

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15

Comments on “De beste kant van slotenmaker Sint-Gillis”

Leave a Reply

Gravatar